Weblog van Fred Tak

Je ligt gewond
in de berm van een armzalig landweggetje
hoog in de bergen
naast je
ronkt een auto
een zachte bries ruist door het struikgewas
verder is het wonderbaarlijk stil.

Je ademt
je voelt je hart kloppen.

Je ruikt de zee, boven jou
zijn er wolken waar de zon doorheen probeert te breken.

Een paar druppels genade
vallen naast jou op het zand
in deze verder godverlaten wereld.

Zal er iemand zijn
die jou zou kunnen identificeren
die weet wie jij bent?










Reacties

Uiteindelijk gaan we naar een plek
waar het goed is te vertoeven

na de najaarsstormen, de springvloed
van golven aan emoties, het bloed van de ander
dat zal vloeien in onze achtertuin
de verkoolde lichamen
die daar liggen opgestapeld 
het voortdurende bombardement
van helse gedachten aan meer, beter en laten we
vooral niet achterom kijken
naar wat we hebben uitgevreten
ons verlies in de winsten die we opstrijken
de standbeelden waaraan we ons vergapen
het kunstmatige rennen en vliegen
op de vlucht voor
voor ja
de gloed van het witte licht
dat ogen verteert, huid verschroeit en
al onze botten vermaalt 

om daarna terug te keren
naar een plek waar het goed is te vertoeven.





Reacties

De stilte op Groenland vertoont al jaren scheuren
van wit licht dat naar binnen wil.

Kom, laten we daar
vooral niet naartoe gaan
we zouden verdrinken in de serene golven van verrukking.

Het is daar te koud, te ijl
te helder als glas

voor de brandstapels van onze meningen.

Thuis zwem jij rondjes door mijn kamer van emoties
jouw 
handen spetteren druppels
van ontroering in mijn ogen
kijk, hoe dichtbij
ben jij nu
met je vingertoppen
op centimeters afstand
van mijn binnenste huid en samenzijn.

De wijsheid van het ijs
ligt tussen duim en wijsvinger.











Reacties (2)

Volgens Kant hebben we tijd
en ruimte verzonnen
om grip te krijgen op de wereld om ons heen.

Als dat zo is
laat dan dit moment
dat jij half voorover geleund
met je ellenboog op de kussens van de bank
naar buiten zit te kijken, met vochtige ogen
die alles omvatten wat ik ooit
kan liefhebben
laat dan dit moment
stilgezet worden
in de keten
van nu en nooit vergeten.

Dit stille ademen, deze hartslag
dat het vastligt

voor later, als schildering
op de witte muren van mijn toekomst.

Oh, laat mij jou
elke dag opnieuw ve
rzinnen.



















Reacties

We moeten blijven draaien
anders staan we stil
op de bodem van de oceaan van lucht.

Het drukt zwaar
in de stille dalen van verdriet.


Ooit waren we onderdeel
van de vrolijke buitelingen van het licht
op veranda's van huizen, in het gras
tussen de bloemen
konden we elkaar in de ogen zien

sloegen we onze armen
de ruimte in, maaiend
zwaaiend tot de randen van het heelal
dat uiteenspatte

in kleine stukjes sprankelend leven.


Weet je nog
van de overkant
toen we contact hadden?















Reacties

Het idee valt
als een baksteen op het hoofd
van de voetenverende man.

Hij ligt gewond
op de grond te bloeden, kijkt verbijsterd
om zich heen, weet niets

van de grootsheid van de wereld
het heelal, de eeuwige klokslag
van het leven

maar hij voelt
hoe het licht zijn gebarsten schedel
binnendringt

als voorzichtige fluistering
in 
zijn bijna afgedankte lichaam.

Is er ergens een holte
waar licht kan groeien
tot vonken van ontmoeting?

Het glazen plafond doorbroken
dat mensen elkaar in de ogen zien?













Reacties

Ik zag een dunne gestalte, eenzaam in de woestijn 
hij had een hoed op, en twee lange blauwe benen.

Hij wenkte mij om op zijn schouders te staan 
en hup, daar keek ik uit 
op het krimpen en het zuchten van oude bergen 
hun kale toppen, een enkele laatste groene boom
gletsjers die als witte slierten haar 
langs rimpels naar beneden gleden.

Er hing een waas van weemoed, nevels van
gevangen stiltes, mooi en droevig tegelijk.

Wat is dit, riep ik naar beneden, en
hoe kom ik daar terecht, maar er kwam geen antwoord.

Kan ik hier een tijdje blijven, vroeg ik weer
dit uitzicht bevalt mij wel. Niet lang, klonk het
je verkreukt mijn nieuwe hoed. 















Reacties

Gisteravond (31 jan. 2018) was er in De Rode Hoed in Amsterdam de prijsuitreiking van de Turing gedichtenwedstrijd 2017. Er waren ruim 8300 inzendingen. De beste 100 gedichten zijn gebundeld in het boekje Goudlicht en avondschijn.

Van mijzelf staan er dit jaar twee gedichten in. Ik was van tevoren gevraagd mijn gedicht Ik hou van kou op de avond zelf voor te dragen. Wat natuurlijk een grote eer was/is.

Andrea van Pol (bekend van televisie) was de presentatrice. Ze deed dat origineel en leuk. Vol humor ook. Er werden 12 gedichten vertoond, soms voorgelezen door iemand van de jury, soms via een van tevoren opgenomen video, en een aantal keren, zoals in mijn geval, door de dichter het zelf te laten voorlezen.
Ik werd door Andrea van Pol aangekondigd als een natuurkundige uit West-Friesland. Ze vroeg mij op het podium wat de overeenkomsten waren tussen dichten en natuurkunde. Het is allebei 'out of the box' durven denken, antwoordde ik. En, hoe breng je evenwicht tussen deze twee? Eh, niet dus, zei ik zo ongeveer.
Het voorlezen was best wel spannend, zo voor een kritisch gehoor van collega-dichters. Toch wel heel wat anders dan voor een vertrouwde groep leerlingen of studenten natuurkundestof staan uit te leggen.
Hieronder mijn gedicht:

Ik hou van kou

Ik hou van kou:
in oorlogsgebieden vliegen vrouwen en kinderen                                                                                
dan toch beduidend minder hoog
de lucht in.

Hun landing is ook zachter;
de lucht is korter, minder.

Er zit geen doel
in alweer een stapel ledematen.

Soms praat ik terug
tegen de verslaggever op tv,
hij kan er natuurlijk ook niets aan doen
tussen alle rookgordijnen

vertel ik hem, in vertrouwen
dat ik mijn hoofd in onschuld leg
als de kop van een vogel in eigen veren

wachtend op de winter
die dit land, zonder grenzen
op zal lichten, knisperend in de sneeuw.


    
          De dichter zelf, aan het voordragen


Helaas belandde mijn gedicht niet in de top 3. Dus niet met een geldprijs naar huis. Ach, dat had ik ook niet verwacht. Het was al mooi om er met twee gedichten bij te zijn. Nummer 1 (10.000 euro!) werd Jean-Paul Rosenberg met het gedicht
Laatste foto van de vrede. Ik denk wel een terechte winnaar.

Hieronder de recensie van de jury van mijn gedicht Ik hou van kou:
Dit gedicht sprak mij direct aan vanwege het directe engagement. Het deed me enigszins aan de Syrisch-Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun denken die in zijn werk ook onverbloemd over ledematen en het uitblijven van steun, begrip en angst van anderen om het geweld te bespreken. Het hoofd in onschuld leggen tussen de veren als een vogel en het geweld willen negeren is een prachtige omschrijving van het weg willen kijken en hopen op betere tijden.

Het andere gedicht van mij dat in de top 100 eindigde heet
Zicht.


Zicht

Er hangt iets in de lucht
nog zonder naam
een witgrijs gordijn met

duizenden ogen
die vanuit het open veld
ons aanstaren als
koeien in de mist, zonder poten

wachtend.

In de polder, tussen mensen
overal zetten wij ramen neer
om elkaar te zien
niet aan te hoeven raken.

De wereld komt stap voor stap
in barsten naar ons toe.

Zullen we vandaag heel stil zijn
elkaars hand vasthouden
niet meer tevoorschijn komen?





























Reacties (2)

We zagen je vaak geduldig broeden 
op zachte ogen en een luisterend oor.

We wisten ook
van
de opgevouwen vogels in je hoofd.

Slechts af en toe
vloog er één je mond uit
in een korte kwinkslag
zingend als een merel in de ochtend;
het was genoeg voor ons
om dagenlang te mijmeren.

Er is verdriet, we zijn je kwijt
in handen rust en stil gevouwen
maar kijk omhoog
de vogel die daar fladdert
daar ben jij
en daar ook, en daar ook.

Ondertussen zijn er hele zwermen
dansend in de lucht
ben jij overal om ons heen

rennen we met z'n allen
driftig zwaaiend langs de vloedlijn
zien we jou juichen
van andere continenten, eindelijk bevrijd zijn.





Reacties

Jagende wolken
een loeiende wind
het vergeten detail dat als een dakpan
van je huis afwaait, de geur van rotting.

Een deur die zomaar
piepend openzwaait, de vloer als vlakte
de golf die jou zonder aarzeling in zijn armen neemt.

De galm in je hoofd, de brandende
zee van herinnering, de prikkeling op je tong
je wilt het zeggen, maar je doet het niet.

De stramheid van je lichaam
de pijn die alsnog komt.



Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl